StellingGa naar de normale waargave van de stellingOverleg stellingPleeg overleg over de inhoud van deze stellingBewerkenMits de nodige rechten kan je hier de stelling wijzigenHistoriekToon historiek van wijzigingen aan deze stelling
De evolutieleer veronderstelt vier fundamentele mechanismen:
Reproductie
Biologisch mechanisme dat deel uitmaakt van de voortplanting waarbij het DNA van een nakomeling voor de helft een kopie is van dat van de moeder en voor de andere helft van dat van de vader.
Variatie
Het bestaan van verschillen tussen het genetisch materiaal van soortgenoten. Bij complexe organismen is dit vooral het gevolg van crossing over(°) tijdens de voortplanting en in mindere mate van
Mutatie
Het verschijnsel dat bij de reproductie fouten worden gemaakt die af en toe leiden tot een radicale verandering van eigenschappen.
(°) Begrip 'crossing over' nog toevoegen
Mutatie
Het verschijnsel dat bij de reproductie fouten worden gemaakt die af en toe leiden tot een radicale verandering van eigenschappen.
en
Natuurlijke selectie
Mechanisme in de natuur dat zorgt voor de overleving (selectie) van succesvolle individuen, groepen en soorten, ten koste van minder succesvolle rivalen (eliminatie). Organismen zijn succesvol als ze over eigenschappen beschikken, die hen voordeel geven in de strijd om het bestaan. Zulke eigenschappen zijn het gevolg van adaptaties.
De eerste drie verklaren hoe eigenschappen evolueren en hoe nieuwe soorten ontstaan. Selectie verklaart hoe succesvolle individuen, groepen en soorten overleven ten koste van minder succesvolle.
Ontdekkingen van Darwin
Darwin publiceert in 1859 zijn boek over de evolutieleer. In de volledige titel ‘Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie of het behoud van bevoordeelde rassen in de strijd om het leven’
Darwin, Charles 1859;
Over het ontstaan van soorten,
Nieuwezijds, Amsterdam 2000
vernoemt hij zijn twee belangrijkste ontdekkingen:
1. De onderlinge strijd van organismen om hun bestaan (struggle for life). Darwin had waargenomen dat het aantal nakomelingen van een
Soort
Verzameling van levende organismen (planten, dieren of mens) die zich onderling kunnen voortplanten. Wat inhoudt dat leden van één soort zich niet kunnen voortplanten met leden van een andere soort.
altijd groter is dan het aantal ouders en dat na verloop van tijd de populaties toch ongeveer even groot blijven. Hij verklaarde dit door te veronderstellen dat de leden van een populatie een onderlinge strijd voeren om hun bestaan (struggle for life). Deze strijd bestaat zowel tussen groepsleden, groepen van dezelfde soort als tussen de soorten onderling.
2. De overleving van de sterkste organismen (survival of the fittest) door
Natuurlijke selectie
Mechanisme in de natuur dat zorgt voor de overleving (selectie) van succesvolle individuen, groepen en soorten, ten koste van minder succesvolle rivalen (eliminatie). Organismen zijn succesvol als ze over eigenschappen beschikken, die hen voordeel geven in de strijd om het bestaan. Zulke eigenschappen zijn het gevolg van adaptaties.
Natuurlijke selectie
Mechanisme in de natuur dat zorgt voor de overleving (selectie) van succesvolle individuen, groepen en soorten, ten koste van minder succesvolle rivalen (eliminatie). Organismen zijn succesvol als ze over eigenschappen beschikken, die hen voordeel geven in de strijd om het bestaan. Zulke eigenschappen zijn het gevolg van adaptaties.
Darwin stelde ook vast dat er verschillen bestaan tussen de eigenschappen (variatie) van
Soort
Verzameling van levende organismen (planten, dieren of mens) die zich onderling kunnen voortplanten. Wat inhoudt dat leden van één soort zich niet kunnen voortplanten met leden van een andere soort.
dat bepaalde eigenschappen worden doorgegeven aan de nakomelingen en dat de natuur diegene selecteert met eigenschappen die best aangepast zijn om te overleven (survival of the fittest).
Huidige evolutieleer
In 1865 publiceerde Mendel zijn bevindingen over de overerving van eigenschappen, die het bestaan van
Variatie
Het bestaan van verschillen tussen het genetisch materiaal van soortgenoten. Bij complexe organismen is dit vooral het gevolg van crossing over(°) tijdens de voortplanting en in mindere mate van
Mutatie
Het verschijnsel dat bij de reproductie fouten worden gemaakt die af en toe leiden tot een radicale verandering van eigenschappen.
(°) Begrip 'crossing over' nog toevoegen
verklaren. Begin 1900 werden chromosomen geïdentificeerd als dragers van erfelijke eigenschappen en pas sindsdien wordt Darwins evolutieleer gesteund door kennis uit de genetica: de cel met haar
Chromosoom
De fysieke drager van erfelijke eigenschappen. Chromosomen bevinden zich in de celkern en komen bij de mens in paren voor (homologe chromosomen) namelijk één exemplaar van de moeder en het andere van de vader. Chromosomen bevatten het DNA, het eigenlijke erfelijke materiaal.
DNA
Het erfelijk materiaal van een meercellig organisme. DNA-moleculen bevinden zich in de chromosomen en zijn drager van de genen, de eenheden voor erfelijke eigenschappen.
en
Gen
Een gen is het grootste deeltje van een DNA-molecuul dat bij de celreproductie niet verder opgesplitst wordt en dat de code bevat voor een bepaalde eigenschap van het
Organisme
Een lichaam dat uit organen, delen of onderdelen bestaat, die in hun samenhang een functioneel, dynamisch geheel vormen. (deels cf. Van Dale).
Deze twee kenmerken maken een gen tot de eenheid van erfelijke eigenschappen.
en de rol van genen bij de reproductie. Deze kennis bracht inzicht in de onderliggende mechanismen met o.a. de ontdekking van
Mutatie
Het verschijnsel dat bij de reproductie fouten worden gemaakt die af en toe leiden tot een radicale verandering van eigenschappen.

Elke reproductie leidt tot een variatie en slechts af en toe tot een mutatie. Slechts enkele van deze variaties of mutaties worden succesvolle
Adaptatie
Een adaptatie is een variatie of mutatie die een succesvolle verandering van een eigenschap van een organisme tot gevolg heeft. Een verandering is succesvol als ze het organisme beter in staat stelt om te overleven in zijn biotoop.
Via natuurlijke selectie overleven enkel de soortgenoten met eigenschappen die het gevolg zijn van adaptaties.

Evolutie bestaat dus uit de voortdurende ontwikkeling van eigenschappen die beter aangepast zijn aan de natuurlijke leefomstandigheden (biotoop) van een organisme.

Succesvolle variaties leiden tot verbetering van bestaande eigenschappen terwijl succesvolle mutaties tot nieuwe eigenschappen leiden. Immers variatie kan verklaren hoe bestaande eigenschappen veranderen (zich verder ontwikkelen) maar niet hoe nieuwe eigenschappen ontstaan, terwijl mutatie dit wel kan.
Bestaand overleg
Huidig onderwerp
Vier mechanismen van evolutie (04 Jul 2011 16:43)
Levenswil is uniek natuurverschijnsel (04 Aug 2010 17:40)
Mensbeeld (17 Dec 2009 17:37)
Stellingen
Vier mechanismen van evolutie (04 Jul 2011 16:43)
Levenswil is uniek natuurverschijnsel (04 Aug 2010 17:40)
Mensbeeld (17 Dec 2009 17:37)
Ethiek als wetenschap. (17 Dec 2009 14:19)
Kapitaal ()
Begrippen
Variatie (28 Aug 2011 17:33)
Gen (01 Sep 2011 09:06)
Wil (29 Dec 2011 22:22)
Kenvermogen van diersoorten (25 Jul 2009 20:40)
Kenvermogen (03 Sep 2009 09:51)
Kenvermogen van mensenhersenen (25 Jul 2009 20:23)
Artikels