S5 Twee soorten overlevingsgedrag

StellingGa naar de normale waargave van de stellingOverleg stellingPleeg overleg over de inhoud van deze stellingBewerkenMits de nodige rechten kan je hier de stelling wijzigenHistoriekToon historiek van wijzigingen aan deze stelling


Het overlevingsgedrag verdelen we onder in: 1) zelfzuchtig of neutraal gedrag ten voordele van de eigen overleving en 2) altruïstisch gedrag ten voordele van de overleving van de groep.

Soorten overlevingsgedrag

2ev-soorten-overlevingsgedrag.gif

1. De meeste organismen (alle planten en de meeste dieren) gedragen zich volledig autonoom en zijn zich van geen strijd bewust. Charles Darwin verpersoonlijkt deze organismen als hij spreekt over hun ‘struggle for life’. Verpersoonlijking helpt om het gedrag van organismen aanschouwelijk te beschrijven. Richard Dawkins gaat hierbij verder door ook de genen, te verpersoonlijken, maar zijn bevinding dat genen zich zelfzuchtig gedragen leidt tot misverstanden over het gedrag van hun dragers. Immers niet het gengedrag maar enkel de gencode leert ons iets over het organismegedrag.

2. Voorbeelden van gedrag van een organisme:

dash.gif

Strijd (zelfverdedigend) tegen de natuur: een sterker gestel bezorgt een individu voordeel.

dash.gif

Zelfzuchtig gedrag, ten nadele van de groepsleden: bvb bij het zich toeeigenen van voedsel

dash.gif

Hulp aan groepsleden: (groep: gezin) ouderlijke zorg, (groep: samenleving) hulp, steun bij problemen …

dash.gif

Hulp aan groep in strijd tegen andere soorten:, samenwerking bij de jacht

dash.gif

Hulp aan groep in strijd tegen soortgelijke groepen: letterlijke strijd bij bescherming van het jachtgebied

3. Tijdens de voortplanting, hebben alle genen 50% kans om via de eicel of zaadcel te worden overgeërfd. Deze nakomelingen zijn via de ‘eigenschap waar ze voor instaan’ mee bepalend in de strijd voor het voortbestaan van hun dragers. Hun rivalen zijn genen, die voor dezelfde eigenschap van hun dragers instaan (ze bevinden zich op dezelfde locus) en die, op variaties en mutaties na, identiek zijn. Selectie of eliminatie van zo’n gen blijft onbeslecht tot de eigenschap, waarvoor het gen instaat, door een variatie of mutatie succesvoller of minder succesvol is geworden.

blanco.gif

Sedert de jaren ’70 heerst het paradigma dat ‘altruïstisch gedrag ten voordele van de overleving van de groep’ een onmogelijk resultaat van natuurlijke selectie kan zijn. O.a. de bestseller van Dawkins ‘De zelfzuchtige genen’ heeft hiertoe bijgedragen. Maar ondertussen blijkt Dawkins’ argumentatie in tegenspraak te zijn met inzichten uit de jaren ’80 over het gedrag van de hogere zoogdieren en de mens die in sociaal groepsverband leven. In de Nederlandse uitgave 2006, lezen we bvb op blz. 46:

In elke groep altruïsten bevindt zich bijna zeker een dissidente minderheid die weigert offers te brengen. Zelfs al staat er maar één zelfzuchtige rebel klaar om het altruïsme van de anderen uit te buiten dan heeft hij per definitie meer kans te overleven en kinderen te krijgen. Elk van deze kinderen maakt een redelijke kans de zelfzuchtige eigenschappen over te erven. Na verscheidene generaties van natuurlijke selectie zal de ‘altruïstische groep’ zijn vol geraakt met zelfzuchtige individuen.


Dawkins beweert dat een profiteur per definitie meer kans heeft te overleven. Maar binnen een sociale groep, zoals een samenleving van jagers-verzamelaars, is dit geen realistische veronderstelling. Immers een groepslid dat wil profiteren, kan dit niet verbergen met als gevolg dat het zich minder geliefd maakt en minder kan rekenen op de sympathie en belangeloze hulp van de andere leden.
Hoe komt het dat deze eenvoudige redenering zo moeilijk doordringt? Misschien omdat wij anno 2000 het voorzichtiger vinden om onze menselijke natuur eerder te negatief dan te positief voor te stellen? Misschien ook omdat Dawkins’ bestseller tot een verregaand misverstand heeft geleid. De stelling dat genen zich zelfzuchtig gedragen is op zich wel juist maar samen met het inzicht dat natuurlijke selectie zich afspeelt op het niveau van de genen, trekt men hier vlug de conclusie uit dat zelfzuchtige genen niet kunnen resulteren in altruïstisch organismegedrag. Vermoedelijk was dit ook Dawkins’ conclusie. Waartoe dient anders zijn betoog over zelfzuchtige genen? Waarom lezen we nergens dat we uit zelfzuchtig gengedrag niks kunnen afleiden over het organismegedrag omdat dit (i.c. het erfelijk deel ervan) niet door het gengedrag maar door de gencode wordt bepaald?

Zoals ouderlijk altruïsme maar kan evolueren als voldaan is aan de voorwaarde cf. stelling 4, geldt voor de evolutie van groepsaltruïsme de volgende voorwaarde/regel:
k . V > N
k = kans voor gelijke hulp aan donor
V = voordeel voor de ontvanger
N = nadeel voor de donor

Het groepsaltruïsme, dat hier bedoeld wordt is een evolutieverschijnsel dat vanuit het standpunt van de donor belangeloos gebeurt. In die zin dat de donor er geen rekening mee houdt dat hij zelf aan de beurt kan komen. Het verschilt dus met het wederzijds altruïsme dat door de speltheorie werd ontdekt en ondertussen wel aanvaard wordt.

Stellingen

Vier mechanismen van evolutie (04 Jul 2011 16:43)

Mensbeeld (17 Dec 2009 17:37)

Ethiek als wetenschap. (17 Dec 2009 14:19)

pagina 1 of 512345volgende »

Begrippen

Variatie (28 Aug 2011 17:33)

Gen (01 Sep 2011 09:06)

Wil (29 Dec 2011 22:22)

Kenvermogen van diersoorten (25 Jul 2009 20:40)

Kenvermogen (03 Sep 2009 09:51)

Kenvermogen van mensenhersenen (25 Jul 2009 20:23)

pagina 1 of 15123...1415volgende »
blanco.gif
Paginatags: _2-1 _2-1-5 _stelling