Natuurlijk leiderschap

Abstract

Onze menselijke natuur is per definitie onveranderbaar, maar cultuurgebonden omgangsvormen zijn dit per definitie wel, dus ook de omgangsvorm waarbij we macht aan rijkdom en status koppelen. Deze vaststelling is vanuit ethisch standpunt cruciaal omdat ze ons vertrouwen geeft in de mogelijkheden tot verdere morele ontplooiing van onze cultuur.

Er is geen discussie over dat competente en integere leiders het harmonisch samenwerken van een groep bevorderen, wat bvb in een bedrijf de economische doelstelling ten goede komt. Tegelijk stellen wij vast dat machthebbers, in de politiek en het bedrijfsleven, moeilijk kunnen weerstaan aan normvervaging en machtsmisbruik, vanwaar de idee dat macht corrumpeert. In onderstaande drie paragrafen tonen we aan dat het eerste leidertype meer met onze menselijke natuur strookt dan het laatste. De redeneringen gaan er vanuit dat we de evolutieleer aanvaarden. Om de tekst niet te overladen, kunnen er stappen in de redeneringen ontbreken.

1. Einde van natuurlijke selectie.

Onze menselijke natuur is, afgezien van degeneratie, sedert 10 000 jaar niet meer veranderd. Zie http://mens2000.nl/de-menselijke-natuur voor 1) een beschrijving van hoe onze menselijke natuur tot stand kwam en wat hij inhoudt, en 2) een verklaring van wat er nadien verkeerd is gegaan. Het artikel is lang en veel details zijn in onze context niet belangrijk. Wat ik wel als belangrijk beschouw, staat in de drie citaten onderaan deze tekst. Ook Jared Diamond bevestigt de bijzondere omgang van jager-verzamelaars met hun kinderen, zie zijn boek uit 2012 'The World until Yesterday: What Can We Learn from Traditional Societies?' (Nederlandse vertaling: De wereld tot gisteren later onder de titel Erfenis)

  • Zo’n 10 000 jaar geleden ontdekte onze soort de landbouw, zodat de dagelijkse activiteiten om aan voedsel te geraken flink vereenvoudigden, wat na verloop van tijd oorzaak was van totaal andere samenlevingsvormen en het ontstaan van rijkdom. De groepen waarin men samenleefde werden veel groter en er ontstond een klassenmaatschappij waarbij de macht en rijkdom in handen kwam van de hoogste klasse. Deze veranderingen gingen uiteindelijk gepaard met een versnelde ontwikkeling van technologie en cultuur, wat onze welvaart ten goede kwam en wat ons ook een gevoel van welzijn bezorgde. 
  • Een gevolg van deze omwenteling is dat onze soort sedertdien geen natuurlijke selectie meer kent. Immers overleving werd plots niet meer bepaald door de fysische en psychische sterkte van de genoomdrager en zijn groep, zoals in de natrrulijke situatie. Er zijn wel uitzonderingen zoals de gewenning aan melkproducten (lactosetolerantie) die in dit geval voor een cultuurgebonden selectie van het genoom heeft gezorgd. 

Opmerking: Een miljoen jaar geleden heeft onze soort zijn origineel biotoop in Centraal Afrika verlaten en zich over de wereld verspreid. Ook deze verspreiding was een gevolg van culturele ontwikkeling, maar zonder stopzetting van natuurlijke selectie. Naargelang de aard van de nieuwe biotopen, heeft deze selectie tot diverse aanpassingen geleid, zoals het verschil in rassen. Naast verschillen in fysische kenmerken, bevatten verschillende rassen, mogelijk ook verschillen in psychische kenmerken, maar hier wordt in de Westerse democratieën niet van uitgegaan.

  • Een ander gevolg van deze omwenteling is dat onze soort sedertdien zowel psychisch als fysisch degenereert. Immers variaties in ons genoom blijven zich voordoen, terwijl schadelijke variaties niet meer gefilterd wordt. Wat betekent dat de natuurlijke selectie van uitsluitend nuttige (en onverschillige) variaties gestopt is.

2. Het ontstaan van cultuurafhankelijk machtsmisbruik.

  • We gaan ervan uit dat de ontdekkingen van landbouw en krijgskunde geleid hebben tot de koppeling van macht aan rijkdom en status. Onder 1. stelden we reeds dat de ontdekking van landbouw oorzaak was van het ontstaan van de klassenmaatschappij. Vermoedelijk is het de latere ontdekking van de krijgskunde, die geleid heeft tot het ontstaan van status.
  • Uit bovenstaande leiden we af dat het machtsmisbruik dat met ‘rijkdom en status’ gepaard gaat, een cultuurfenomeen is. Immers, vermits de ontdekking van landbouw en krijgskunde cultuurfenomenen zijn, is de aan rijkdom en status gekoppelde macht dit ook, evenals het misbruik van deze macht.

Opmerking: We ontkennen niet dat machtsmisbruik reeds bestond in de natuurlijke situatie, we denken dan aan afschrikking tegenover zwakkere leden van een groep. Het machtsvertoon tussen de groepsleider en zijn rivalen of tussen twee groepen, noemen we geen machtsmisbruik.

3. Positieve macht.

  • We gaan ervanuit dat ‘zowel sociale als technische prestaties’ gepaard gaan met oprecht gezag waaraan positieve macht gekoppeld wordt.
  • Verder stellen we dat cultuurafhankelijke vormen van negatieve macht (koppeling aan rijkdom en status) per ‘definitie van het woordje cultuur’ veranderbaar zijn.

Opmerking: In de sociologie wordt onderscheid gemaakt tussen oprecht en autoritair leiderschap In dezelfde zin maken wij onderscheid tussen positieve en negatieve macht, zie ook info in de begrippenlijst.

  • Als verandering mogelijk is, is het o.a. vanuit ethisch standpunt belangrijk om deze mogelijkheden te onderzoeken.
  • Meer bepaald wensen we te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om onze motivatie tot presteren directer te koppelen aan onze behoefte aan erkenning en los te koppelen van cultuurgebonden verwerving van rijkdom en status.

We gaan dan op zoek naar herstel van oprecht leiderschap en positieve macht.


Drie citaten uit http://mens2000.nl/de-menselijke-natuur

Citaat 1: Vanwege de noodzaak van het in stand houden van hun woordenwereld, namelijk hun benoemde denkbeeldenwereld, werd elke lieve dag van voedsel verzamelen besloten met het dansen/zingen ervan rond het kampvuur.

The origins of religions

Deze afbeelding is ontleend aan het artikel “We believe” van Robin Dunbar in de Special Beyond belief (New Scientist jan.’06). De !Kung-San zijn nog VJ’s. Zie je dat de kinderen door de volwassenen als volwaardige deelnemers aan hun ‘wereld’ worden gerespecteerd?

Citaat 2: De menselijke natuur is gedrag zoals dat in miljoenen en miljoenen jaren lang als het meest leefbare uitgeselecteerd is: van nature goed, oftewel aardig. Al die miljoenen jaren leefden de mensen als pure verzamelaar/jagers (VJ’s), en was de wereld nog eindeloos groot. Ze waren aardig: er was nog geen enkele aanleiding om de leefbaarheid van je groep te verpesten door on-aardig te zijn.

Onze voorouders bleven aardig tot ze in een overpopulatie-situatie belandden. Dat begon al in Afrika, maar nog in lichte mate: de verhoudingen bleven egalitair. Maar zo’n tienduizend jaar geleden werden ettelijke populaties Tuinbouwers (AGR’s), en veel van die Tuinbouwers-gemeenschappen, vooral op eilanden waar je al gauw geen kant meer op kunt, raakten in een permanente oorlogstoestand, met alle gevolgen van machisme van dien. Die populaties werden uiterst onaardig

Daarbij moeten we wel altijd en voortdurend bedenken dat het aardig zijn voor VJ’s alleen binnen de eigen leefgroep speelt. Ten opzichte van verwante andere groepen wordt het al moeilijker, en ten opzichte van vreemde indringers is de aardigheid volkomen afwezig. Van één gebied kan maar één groep leven – en dat is altijd hachelijk, met goede tijden en slechte tijden. Een binnengedrongen vreemde leefgroep betekent acuut overlevingsgevaar, dus is vechten voor de overleving geboden.

Hieraangaande draag ik al heel lang een ‘gruwelverhaal’ met me mee. Het komt van een bezoeker bij een indianenclan. Zulke aardige mensen, je houdt het als westerling niet voor mogelijk. Zo respectvol voor iedereen en voor hun kinderen. De bezoeker kwam er niet over uitverbaasd: veel ‘beter’ dan wij met onze westerse beschaving.

Op zekere dag meldden de mannen dat er vreemden in het noorden van hun gebied gesignaleerd waren en dat ze er dus even heen moesten. Of de bezoeker zin had om mee te gaan. Nou, zeker, graag, hij was er altijd tuk op om wat te leren.

Toen ze het kamp van de vreemden naderden werd het beslopen. Het bleek dat de mannen ervan op jacht waren. Nu werd het kamp overvallen en alle aanwezigen, vrouwen kinderen ouden, meedogenloos afgeslacht. Een meisje kroop in radeloosheid op de versteend toekijkende bezoeker toe, om hulp. “Ach, wil je haar nog even neuken, witte?” vroeg een behulpzame clangenoot. “Wacht, ik zal ze even voor je vastzetten.” En hij stak zijn speer dwars door haar lijfje in de grond.

Vanaf toen begreep ik dat wij heel sociaal zijn, maar alleen ten opzichte van mensen die wij als medemensen zien. De ‘indringers’ waren voor die leefgroep geen medemensen. Niet eens mensen. Voor hen was het gewoon schadelijk wild dat je heel nodig moest uitroeien. Ik begreep ook dat dit afschuwelijke gedrag hen niet minder sociaal maakte maar dat het van over-levingswaarde was: er kan maar één clan leven van een jachtgebied. Er is voor hen nog geen overheid om dingen in banen te leiden. Het is een panieksituatie, waarin de aangeboren ikke-ikke-natuur de voorrang neemt, maar dan als collectief. Het verhaal is ook leerzaam als wij ons afvragen hoe het mogelijk is dat in een collectivistische (godsdienstige of nationalistische) oorlog sociale jongens tot nietsontziende mensendoders gemaakt kunnen worden en tot de grofste mensenrechtenschendingen kunnen worden aangezet: dan wordt bij heb de sociale natuur uitgeschakeld en wordt alleen op de primitieve delen een beroep gedaan. Uiteraard lukt dat bij de één beter dan bij de ander: we hebben ook allemaal nog ons eigen ‘pakket’. Maar tienduizend jaar is te kort om onze overerfelijke neigingen wezenlijk te veranderen.

Citaat 3: Over macht.

Vrouwen hebben bij mensen zes miljoen jaar de eerste viool gespeeld, maar ze hebben nooit macht over de mannen uitgeoefend. Mannen zijn 15 % sterker dan vrouwen en hebben altijd de wapens gedragen, ter verdediging van de groep. Vrouwen hebben het altijd uit hun hoofden gelaten om die pubers op stang te jagen: dan werden die alleen maar gevaar-lijk. Bovendien hebben de vrouwen altijd een man de leiding gegeven over hun leefgroepen. Dat komt omdat vrouwen opkomen voor hun kinderen en kinderen maken nou eenmaal ruzie. Moeders vechten als leeuwinnen voor hun kinderen, dat hou je toch. Vliegen dan mekaar in de haren. Vrouwen hebben meer moeite dan mannen om een ruzie te beëindigen. En dan is het fijn als een algemeen geachte oudere man kordaat tussenbeide komt. Daarom hebben de vrouwen altijd gezorgd dat zo’n man er was. Maar hij moest wel doen wat zij voorkookten, anders was hij zijn gezag zo kwijt.

Waarom ik dat denk, dat onze voorouders vanaf het vroegste begin, dus zes miljoen jaar geleden al, een hoofdman kenden, is omdat de bonobo’s die ook kennen. Het is de alfa-man die bij de bonobo’s de groep constant bewaakt en als eerste een indringer (luipaard, onderzoeker) met takken of stront begint te bestoken. Het is de alfa-man die de foerage-route aangeeft – maar als die niet naar de zin is van de alfa-vrouw, blijft die gewoon zitten en de rest volgt haar voorbeeld; dan heeft de alfa-man geen andere keus dan voorop te gaan lopen in de richting die de (oudere en wijzere) alfa-vrouw met haar blik aangaf. …

Jongemannen sloven zich uit om een vrouw aan de haak te slaan. Poeslief janken dat zo’n knaap dan doet! Allemaal omdat hij voelt dat hij alleen met háár orde in zijn puberbedoening krijgt. De vrouw krijgt met hem een kind erbij (de weinige door reflectie volwassen geworden mannen niet te na gesproken en de weinige door jeugd-omgevingen en –ervaringen ‘mislukte’ vrouwen niet te voor gesproken). Maar rond zijn veertigste gaat hij toch weer wild om zich heen slaan, puber als hij blijft. Voelt zich gekooid, wil weer opnieuw dat jonge verliefdheids-gevoel en maakt zijn bedoening kapot. Schade en verdriet.

Mannen kunnen niet met macht omgaan. Geen mens kan met macht omgaan. Macht corrumpeert alles en iedereen. Despotie brengt altijd achterstand en ongeluk. Democratie is, hoe moeizaam ook, het enige systeem dat leefbaarheid en welvaart schept.

Dat macht corrumpeert heeft met de menselijke natuur te maken. Die is, ik herhaal, driedelig:

  1. (leven) = pakken wat je pakken kunt
  2. (groepsdier-zijn) = samen kun je meer pakken maar dan moet je wat inleveren
  3. (mens-zijn) = noodgedwongen professionalisering van 2, met als gevolg: je alleen gelukkig kunnen voelen bij samen ‘pakken’.

Macht (het in de positie verkeren dat je een medemens kunt dwingen te doen wat jij wilt) betekent dat je onwillekeurig terugvalt in 1: The winner takes it all. Dat is ongroepsdierlijk (2) en het toppunt van onmenselijkheid en ongeluk (3).

Macht maakt bovendien dom, omdat je je isoleert van de opeenstapeling van de individuele intelligenties van de rest. Macht stompt je verantwoordelijkheidsgevoel voor de duurzaamheid van je samenleving af: van de samenleving waar je toch van afhankelijk blijft (op je eentje op een onbewoond eiland kun je geen macht uitoefenen, en moet je alles zelf doen en verzinnen).

Macht in de vorm van despotie maakt dat de onderworpenen niet meer zelf mogen denken en ondernemen en dan staat de samenleving stil en verachterlijkt.

    Er is nog geen overleg

    Plaats een reactie


    * Velden verplicht
    Registreer nu of meld u aan zodat u niet telkens uw voornaam, naam en email hoeft op te geven