Ongelijkheid verdient meer aandacht. Interview met Tony Atkinson

DeWereldMorgen.be.website - donderdag 5 januari 2017 | Jef Maes, Trees Heirbaut

Interview met Atkinson in Antwerpen

Het interview had plaats in Le Royal Café van Antwerpen-Centraal, naar aanleiding van een lezing aan de Antwerpse Universiteit.

Tony Atkinson (1944 -2017), Brits economist en mentor van Thomas Piketty, leverde heel zijn leven een strijd tegen groeiende ongelijkheid in de wereld en schreef er een schitterende boek over:  ‘Ongelijkheid, wat kunnen we er aan doen?' Misschien kan zijn overlijden het boek eindelijk de aandacht opleveren dat het verdient.

Gelijkheid beter voor groei
Atkinson vliegt er meteen in: ‘Het is een misvatting te denken dat ongelijkheid een goede motor is voor de vooruitgang van de samenleving. De Europese landen die economisch en sociaal het best presteren zijn de landen waar de ongelijkheid het kleinst is. Het is dus wetenschappelijk fout te beweren dat ongelijkheid een noodzaak zou zijn voor vooruitgang en welvaart.’

Ongelijkheid in een land wordt gemeten met de Gini-coëfficiënt. Niet te verwarren met de gelijknamige frisdrank. De Gini-coëfficiënt is een internationaal erkende maatstaf om de inkomensongelijkheid in een land te meten. Vandaag is Zuid-Afrika de leider in de wereld-ranking met factor 59. Maar ook Groot-Brittannië scoort hoog met factor 36, net onder de Verenigde Staten.

Begin jaren 1980 had Groot-Brittannië nog factor 26, maar onder Thatcher is de on-gelijkheid ijlings gestegen. Zweden scoort het laagst met factor 24, uitgerekend dat land doet het ook economisch goed. Atkinson was ook de promotor van Thomas Piketty, de Franse economist die het ophefmakende boek Kapitaal in de 21ste eeuw schreef.
Maar Atkinson wil verder gaan: ‘Piketty heeft aangetoond hoe de accumulatie van rijkdom functioneert en hoe de ongelijkheid de laatste vijftig jaar almaar toeneemt. Het is niet normaal dat 1 procent van de wereldbevolking meer bezit dan de overige 99 procent.

Ongelijkheidstoets
Piketty pleit voor de invoering van een hogere belasting op grote vermogens. Dat is een uitstekend vertrekpunt. Maar we moeten meer doen dan dat. Elke regering zou een ongelijkheidstoets moeten invoeren. Elke maatregel zou moeten beoordeeld worden op het feit of hij al dan niet de ongelijkheid doet afnemen. Op het vlak van financiën, economie, onderwijs, noem maar op.

Je kunt nooit absolute gelijkheid bereiken, dat mag niet het doel zijn, maar je moet wel de omstandigheden creëren zodat mensen gelijke kansen krijgen, je moet een gelijk speelveld creëren. Dat is nu absoluut niet het geval en dat begint al bij de geboorte.’

‘Moeten wij ons in België zorgen maken, want Groot-Brittannië verschilt toch beduidend?’, vragen we aan de professor in onze zoektocht naar de parallellen tussen België en het neoliberale beleid in de UK. Zijn antwoord is bevestigend.

Ongelijkheid in korte tijd fel toegenomen
‘Er zijn twee redenen om ongerust te zijn. De eerste reden is dat de ongelijkheid in Groot-Brittannië niet geleidelijk aan gegroeid is. De ongelijkheid is in een relatief korte periode fel toegenomen, begin jaren 1980. Dat kan ook in andere landen gebeuren, ook in België.

De tweede reden is dat er veel te weinig aandacht gaat naar de 10 procent armsten. Hoewel er veel over gepraat wordt, is er de laatste tien jaar in Europa op het vlak van armoedebestrijding quasi geen vooruitgang geboekt. Integendeel. De rijkdom van de rijkste 1 procent hangt nauw samen met de situatie van de 10 procent armsten.’

De professor gaat op zijn elan door en wil ook graag ingaan op wat we kunnen doen aan die groeiende ongelijkheid. ‘Waarom zouden we niet teruggrijpen naar de progressieve belastingschalen uit de 20ste eeuw, met bijvoorbeeld 65 procent belastingen op de hoogste inkomens.

Progressieve belastingschalen
Na de Tweede Wereldoorlog waren de belastingen herverdelend, nu veel minder. Waarom zou Europa geen minimumniveau van kinderbijslag kunnen vastleggen voor elk land. Een basisinkomen van 18 procent van het gemiddelde loon per kind zou de armoede in heel wat gezinnen tenietdoen. In België bedraagt dat percentage 13 procent.

Het zou een belangrijk signaal zijn als de Europese Unie aangeeft dat het bekommerd is om onze toekomst. Hij stelt vragen die logisch lijken, maar waarvoor onze regeringsleiders de neus ophalen. Vragen waarvan veel mensen zullen zeggen dat ze niet realistisch zijn, maar voor Atkinson bestaat er geen twijfel: ze zijn perfect realiseerbaar.

Atkinson blijft argumenteren: ‘Waarom zou de overheid geen grotere rol kunnen spelen in de tewerkstelling? Als we de financiële sector kunnen redden, waarom kunnen we de burgers niet uit de werkloosheid halen? Toen ik student was kenden we een periode van 1 procent werkloosheid. Dat zijn we duidelijk vergeten.

Fat Cat Wednesday
Waarom zouden we geen maximale werkloosheidsgraad kunnen vastleggen, zoals dat nu gebeurt voor de inflatie? Door het huidige monetaire beleid neemt de waarde van het spaargeld jaar na jaar af en verliezen vooral kleine spaarders geld. Waarom kunnen regeringen geen maatregelen nemen om te garanderen dat kleine spaarders de waarde van hun spaarcenten behouden?’

In zijn boek Ongelijkheid staan vijftien concrete voorstellen die helemaal zijn uitgewerkt. Misschien kan zijn overlijden het boek eindelijk de aandacht opleveren dat het verdient. Vorige woensdag, 4 januari 2017 “vierden” we nog Fat Cat Wednesday. Na 2,5 dagen werken verdienden de CEO’s van de 100 grootste Britse bedrijven al meer dan de gemiddelde Brit op één jaar kan verdienen. Een CEO verdient ongeveer 1.000 pond per uur. Dat is 172 keer het loon van een verpleegster en 145 keer het loon van een leraar. De groeiende ongelijkheid is duidelijk één van de grootste uitdagingen voor de komende decennia, in heel de wereld.

15 overheidsmaatregelen van Tony Atkinson om de omvang van ongelijkheid te verminderen
1. Technologische vernieuwingen in goede banen leiden opdat er meer werknemers beter van worden.
2. Overheden moeten een beter evenwicht tussen alle belanghebbenden beogen door (a) een herverdelend aspect in het concurrentiebeleid in te voeren; (b) een wetgevend raamwerk te bieden aan vakbonden om werknemers te vertegenwoordigen; (c) waar deze nog niet bestaat een sociaaleconomische raad in te voeren waar alle sociale partners en niet-gouvernementele organisaties op gelijke voet staan.
3. De overheid dient zich ondubbelzinnige doelen te stellen om werkloosheid tegen te gaan en te verminderen en dat te ondersteunen door gegarandeerde tewerkstelling aan de overheid aan een minimumloon voor diegenen die dat wensen.
4. Er dient een nationaal loonbeleid te zijn dat bestaat uit twee elementen: een minimumloon boven het bestaansminimum en een gedragscode, overeengekomen door de sociaaleconomische raad, voor het bepalen van regels voor lonen boven het minimumloon.
5. De overheid zou door middel van staatsobligaties een gegarandeerde positieve interest voor spaargeld moeten aanbieden (met een maximumbedrag per persoon)
6. Elke persoon moet een kapitaalschenking (minimale erfenis) ontvangen.
7. Er moet een publieke investeringsinstantie worden opgericht die een soeverein vermogensfonds beheert met het doel de rijkdom van de staat te vergoten door investeringen in bedrijven en eigendommen.
8. De belastingbasis moet worden verbreed en de progressiviteit moet worden opgetrokken tot 65% voor de hoogste schijf.
9. Er dient een belastingvrije schijf in de personenbelasting op het inkomen uit arbeid te komen in de laagste inkomenscategorieën.
10. Inkomsten uit nalatenschappen en schenkingen tussen levenden moeten worden belast door middel van een progressieve belasting op kapitaalinkomsten.
11. Er moet een proportionele of progressieve belasting op onroerend goed worden ingevoerd op basis van actuele vermogensschattingen.
12. Een aanzienlijke kinderbijslag zou voor alle kinderen moeten worden betaald en belast worden als inkomen.
13. Er moet op nationaal niveau een participatie-inkomen worden ingevoerd, als aanvulling op de bestaande sociale bescherming, met het oog op een basisinkomen voor kinderen in de hele EU.
14. De sociale zekerheid moet worden hernieuwd, het niveau van de uitkeringen moet worden verhoogd en de dekking ervan moet worden uitgebreid.
15. Rijke landen moeten hun budget voor ontwikkelingssamenwerking optrekken naar 1% van het BNP.
 

    Er is nog geen overleg

    Plaats een reactie


    * Velden verplicht
    Registreer nu of meld u aan zodat u niet telkens uw voornaam, naam en email hoeft op te geven