# Bewustzijn

Bewustzijn is het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen, oftewel een beleving of besef hebben van jezelf en de omgeving.
Bewustzijn is een reflectie op indrukken uit de buitenwereld, bijvoorbeeld van mensen, voorwerpen of licht, en uit de binnenwereld, bijvoorbeeld van emoties, gedachten of behoeften. Het bewustzijn is weten of ervaren wat er zowel zintuiglijk als cognitief in jezelf omgaat, met eventueel de mogelijkheid om daarover op een bepaalde manier te kunnen communiceren.
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bewustzijn  (2018)
Van Dale (online 2018) definieert bewustzijn als (1e betekenis):
Ver­mo­gen tot be­sef, tot we­ten en er­ken­nen van het be­staan van zich­zelf en van de din­gen.

Onze definitie: Bewustzijn is een toestand van de geest die gekenmerkt is door een besef of beleving van het eigen ik en de omgeving.

Bewustzijn is een functie van de hersenen maar verdere fysiologische kennis ontbreekt. Tenzij misschien dat het zich niet in de cortex bevindt omdat vogels over geen cortex beschikken.

Voorwaarden voor bewustzijn
Bron 1: http://txtxs.nl/artikel.asp?artid=320 betreft: Bewustzijn bij dieren
Bewustzijn is een noodzakelijke voorwaarde voor gevoelens, men kan geen pijn lijden, zonder die pijn bewust te ervaren. Het belevingsaspect is dus onlosmakelijk verbonden aan emoties. Daarom verdedigen wij in dit artikel vooral het bestaan van bewustzijn; het hebben van gevoelens vloeit daar immers uit voort.
Bron 2: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bewustzijn#Dierenbewustzijn:
— Verklaring van Cambridge over bewustzijn—
De afwezigheid van de neocortex lijkt een organisme niet te beletten om affectiviteit te kunnen ervaren. Uit convergerend bewijs blijkt dat niet-menselijke dieren de neuro-anatomische, neuro-chemische en neurofysiologische substraten voor bewustzijnstoestanden hebben, samen met het vermogen om doelbewust gedrag te vertonen. Bijgevolg blijkt uit het hoofddeel van het bewijsmateriaal dat mensen niet uniek zijn in de beschikking over de neurologische substraten die bewustzijn genereren. Niet-menselijke dieren, met inbegrip van alle zoogdieren en vogels en vele andere dieren, waaronder octopussen, beschikken ook over deze neurologische substraten.

Volgens bron 1 is ‘het bestaan van bewustzijn een noodzakelijke voorwaarde voor gevoelens’ maar voor deze bewering wordt geen verklaring gegeven. Ze is ook in tegenspraak met de 'Verklaring van Cambridge' die de aanwezigheid van bewustzijn verbindt aan deze van neurologische substraten, waarover niet alle dieren met gevoelens beschikken (bron 2).

Wij beschouwen bewustzijn als een voorwaarde om gedrag te kunnen aanleren dat zich niet beperkt tot autonoom gedrag of een imitatie is van ouderlijk gedrag. Zo'n gedrag vergt een eigen inbreng, zie in diagram rechterkolom onderaan, en vergt bewustzijn als voorwaarde.

Soorten functies met hun acties

  1. De levenswil is de initiële functie met louter fysiologische acties, die alle organismen gemeen hebben. Ook planten hebben een levenswil maar enkel de mens en dieren hebben een kenvermogen.
  2. Dit medeweten is onbewust voor de lagere diersoorten en bewust voor de mens en sociale zoogdieren.
  3. 'Voelen en waarnemen' kunnen als fysiologisch fenomeen worden vastgesteld, maar ‘willen’ niet, voor meer info zie begrip fysiologie.
  4. De autonome acties van het kenvermogen worden altijd door het organisme ervaren. De lagere diersoorten ervaren deze acties onbewust, de mens en sociale zoogdieren ervaren ze bewust.

Onderscheid met zelfbewustzijn

Bewustzijn is eerder geëvolueerd dan zelfbewustzijn. Het onderscheid tussen beide wordt duidelijk gemaakt in het gekoppelde artikel ‘Herkennen katten hun spiegelbeeld’ waaruit volgende twee citaten:
- Katten hebben geen idee dat ze naar zichzelf kijken. Daar zijn vrijwel alle experts het over eens. ‘Om jezelf te herkennen heb je zelfbewustzijn nodig’, zegt gedragsonderzoeker James Anderson van de Universiteit van Kyoto (Japan). Katten hebben dat volgens hem niet of onvoldoende.
- Hoe interpreteren katten hun spiegelbeeld dan waarschijnlijk wel? In eerste instantie reageren ze vaak alsof er een soortgenoot voor hen staat. Maar de interesse verdwijnt meestal snel. En dat is begrijpelijk. Want het “beest” dat de kat tegenover zich ziet, gedraagt zich volgens haar wel heel raar. Het initieert zelf geen interactie, bootst alleen maar na, beweegt de tegenovergestelde kant op, ver-dwijnt dan plots en heeft geen eigen geur.

Gekoppelde stellingen

Er zijn nog geen gekoppelde stellingen

 

Er is nog geen overleg

Plaats een reactie


* Velden verplicht
Registreer nu of meld u aan zodat u niet telkens uw voornaam, naam en email hoeft op te geven