Het verstand is een belangrijke functie van de hersenen waarmee een organisme kennis kan verwerven ofwel door de ervaring van wat het wilt en waarneemt (primair verstand) ofwel door denkacties (gewoon verstand).

Primair en gewoon verstand

  1. Alle diersoorten met hersenen beschikken over een primair verstand, waarmee zij hun verlangens en omgeving leren kennen, twee noodzakelijke ervaringen om hun primaire behoeften te kunnen vervullen.
  2. De blauwe achtergrondkleur, die op een bewuste ervaring wijst, geldt enkel voor hogere zoogdieren en de mens.
  3. Het (gewoon) verstand maakt gebruik van opgeslagen kennis bv om oordelen te vormen. Over dit verstand beschikken, betekent niet dat de denkacties bewust worden ervaren. Ook hier geldt dat enkel de hogere zoogdieren en de mens bewuste ervaringen kunnen beleven.
  4. Denkacties van het rationeel deel van ons verstand zijn bv herinneringen oproepen, deze van het emotioneel deel zijn bv het interpreteren van gevoelens als aangenaam of onaangenaam.
  5. Kennis verwerven we door het vormen van oordelen. Zie het begrip oordelen voor meer info.

Alle kennis over de realiteit is a posteriori

De opvatting van de empirist John Locke dat onze hersenen bij de geboorte een onbeschreven blad (tabula rasa) zijn, bleek nadien onjuist te zijn. Een individueel organisme wordt zonder concrete kennis over zijn omgeving geboren, maar beschikt wel over kenstructuren (Kant) of hersenmodules (Steven Pinker) die het mogelijk maken om ervaringen efficiënt te interpreteren, bv om (i.g.v. de mens) te leren spreken ...

Anderzijds weten we sedert Darwin dat organismen evolueren naar aanleiding van toevallige gebeurtenissen en dat ook kenstructuren/hersenmodules een evolutieproduct zijn. Dit betekent dat (in tegenspraak met de opvatting van Kant) alle kennis die wij over de realiteit kunnen vergaren, a posteriori kennis is en dat er geen onderscheid tussen empirische en a posteriori kennis bestaat (cf. de opvatting van het empirisme).

Oordelen zijn uitspraken over objecten

  1. (De in deze kolom gebruikte benamingen zijn afkomstig van E. Kant)
    Onderverdeling naar inhoud: analytisch = kennis ligt besloten in het object
            synthetisch = uitbreiding van bestaande kennis
    Onderverdeling naar bron: a priori = verstand als bron
            a posteriori = de natuur als bron
  2. Terwijl een beschrijvend oordeel een uitspraak is over hoe de natuur (of de werkelijkheid) aan ons verschijnt, is een verklarend oordeel een uitspraak over al wat we niet kunnen waarnemen. Dit is ofwel een uitspraak over de oorzaak van natuurverschijnselen, ofwel een uitspraak over abstracte objecten zoals in de wiskunde en logica.
  3. Een analytisch oordeel is altijd a priori. Immers als de uitspraak over een object reeds besloten ligt in de bestaande kennis erover, moeten we geen beroep doen op de ervaring om tot zo’n uitspraak te komen. Bv:
    - De soort ‘kat’ behoort tot het hogere genus ‘dier’ zodat de uitspraak ‘is een dier’ reeds besloten ligt in het object kat.
    - In de reeks van getallen volgt 7 op 5 zodat de uitspraak ‘> 5’ reeds besloten ligt in het object 7.
  4. Een beschrijvend oordeel is altijd synthetisch (uitbreidend) en a posteriori. Bv het oordeel ‘deze kat is zwart’ kan niet uit het begrip kat worden afgeleid, maar kan slechts door waarneming worden vastgesteld.
    Referentie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Analytisch_oordeel enkele voorbeelden zijn hieruit overgenomen

Gekoppelde stellingen

Er zijn nog geen gekoppelde stellingen

Gekoppelde artikels

Er zijn nog geen gekoppelde artikels

 

Er is nog geen overleg

Plaats een reactie


* Velden verplicht
Registreer nu of meld u aan zodat u niet telkens uw voornaam, naam en email hoeft op te geven